Een muzikaal intermezzo terwijl ik een harde noot kraak

En terwijl ik me door weer eens een versie van mijn scriptieproposal worstel, mag u luisteren naar het nummer dat al 3 dagen in mijn hoofd zit:



Mocht u zin hebben om uw thie-o-rie over het hoe en waarom van dit vastzitten in mijn hoofd te willen delen, dan kan dat uiteraard, zo niet, dan wens ik u veel succes met het meezingen! *jengelt "Dèèèèèèèèèèèèèèrsjieeeeeeeeeeeeegooooooooooooooohs!" terwijl ze een poging doet het concept "evidentiality" te begrijpen*

Never a chill moment - deel 2

Zoals u weet, is een van mijn queestes in het leven andermenselijk gedrag te begrijpen.
In deze post (dat is een link) vroeg ik me af hoe het toch kwam dat ik, die nooit eerder last gehad had van ongewenste, agressiefmakende mannelijke aandacht, plots last kreeg van dit fenomeen.

We zijn nu bijna 6 jaar verder en ik ben eruit hoor, mensen: deze types azen op zwakte. Ik krijg dit soort “aandacht” namelijk alleen maar op de momenten dat ik half jankend, kotsberoerd, niet geslapen, Swamp Thing overal, wallen tot aan mijn kin, pruik wat scheef, in mijn eentje naar de grond starend wat wankelend over straat schuifel.

Het gebeurt nooit, maar dan ook echt NOOIT, op de momenten dat ik met de fierceness van een duizend Beyonce’s s over straat banjer, lace front wapperend in de wind. En, oh hoe tragisch voorspelbaar, het gebeurt ook nooit als er toevallig (iemand die ingeschat wordt als) een man naast me loopt.

Want in tegenstelling tot wat sommige mensen maar hardnekkig willen blijven geloven, gaat het in deze gevallen niet om flirten, of iemand die denkt “Hey, wat een leuke mevrouw, daar ga ik even gezellig een praatje mee maken!” Het gaat heel sec niet eens om mij. Wat dit soort malloten zoeken is iemand die zwak is of in ieder geval zwakte uitstraalt, iemand die ze kunnen intimideren en domineren. Plots veel te dicht in mijn persoonlijke ruimte komen en luid iets roepen: intimidatie. Van een afstandje iets lomps roepen/sissen/vunzige gebaren maken: intimidatie. “Wie is er dood?/Kijk niet zo boos!” zeggen in het voorbijgaan: dominantie. Me de weg proberen te versperren: intimidatie én dominantie. Niks geen “flirten”.

Ik vind het dan ook enorm verontrustend dat er nog steeds mensen zijn, waaronder gek genoeg ook veel vrouwen, die van mening zijn dat je dit soort kotsverwekkend gedrag als “een compliment” op moet vatten. Dit gedrag wordt dan vaak “verklaard” door onzinflauwekulbagger als “zo zijn jongens nu eenmaal: meisjes plagen, kusjes vragen” en “het hoort er nou eenmaal bij”. Ik durf te wedden dat als we collectief vanaf de peuterspeelzaal zouden zeggen “meisjes plagen, stoot voor je bakkes krijgen” en dit ook daadwerkelijk zouden naleven, “jongens” al heel snel niet meer “nu eenmaal zo” zouden zijn.

Bovendien is deze flauwekul ook aantoonbaar onjuist: het merendeel van de jongens/mannen ziet vrouwen namelijk gewoon als medemensen en niet als wandelende kliko's waar ze hun frustraties in kunnen dumpen. Blijven volhouden dat het “er nou eenmaal bijhoort” als je als vrouw (ingeschatte) in deze maatschappij vrij rondloopt, is ontzettend toxisch. Echt mensen, KAP daarmee, want het maakt je medeplichtig aan het creëren van een klimaat waarin het misschien niet “normaal” is, maar wel geaccepteerd wordt, waardoor het gefaciliteerd wordt.

En toch heb, zoals altijd, ieder nadeel zijn voordeel. Ja, zelfs in deze situatie. Ik kan namelijk, zonder enig fatsoen en/of schuldgevoel al MIJN frustratie over eh, alles (en dat is een boel) op deze hufters botvieren door woest-agressief tegen ze te zijn. Echt, u zou eens moeten zien hoe snel ik dan van een “Heeeeeyyy, pretty lady” in een “fuck you too, you fucking ugly bitch” verander. Overigens heb ik na zo’n onderonsje meestal ook weer genoeg fierceness opgeladen om weer een poosje verschoond te blijven van dit gezeik. Diep vanuit mijn tenen hoop ik dat als ik dit maar stug vol blijf houden, er uiteindelijk geen hufter meer overblijft die mij op dergelijke wijze durft lastig te vallen. Ik kan niet wachten. *grijnst vervaarlijk*

Holadijee, j'ai gagné un pot de cactées! :-D

Al sinds een poosje volg ik het blog (ja, ik ben nog van de "het blog" generatie) Flora in the Garden, waar Anne-Fleur over haar leven schrijft. Ooit schreef ik ergens (lees: ik ben te lui om te zoeken) in een blogpost over dat er mensen zijn die het talent hebben om zelfs de meest dagelijkse dingen boeiend te vertellen. Dit is een bijzonder talent en Anne-Fleur bezit het. Ik vermoed dat dat ook iets te maken heeft met het feit dat ze singer-songwriter is. Of omgekeerd natuurlijk. *raakt ietwat in de war en mompelt: "Er is ergens een verband!"*

Recentelijk verjaarde zij en ze besloot een verloting te organiseren. Iedereen die langer dan 30 seconden op het internet vertoeft, weet dat winacties en verlotingen vaak leedconcurrentietypes aantrekken, waardoor ik me er normaal gesproken verre van houd. Haar diskwalificatieregels waren echter dusdanig briljant dat ik dacht: ik doe mee.

EN TOEN WON IK!!! *rent schuifelt heen en weer met de handen zwaaiend boven het hoofd*

Vorige week woensdagavond laat leverde de sikkeneurige postbode dan ook een leutig pakje af:

Breekbaar. Doch leutig. Want tape.

Zie? Tape! En poezen! En een refurbished doos! #reuse #reduce #recycle

Na het openmaken vond ik een heuse brief!

En een custom made poezenopschrijfboekje!!

En een brief met een heuse handleiding en dat hartje heb ik er zelf op gePicMonkey'd omdat daar mijn IRL naam stond en ik nog de schijn wil ophouden 
min of meer anoniem te zijn!!!

Poezenmagneetjes! En waar het allemaal om draaide: het door Anne-Fleur zelfgemaakte potje!

Na het volgen van de instructies (en met wat assistance van The Big Kahuna, zowel met het planten als met de foto's maken) was dit het resultaat:

Twee cacté, waarvan één in het poezenpotje, en twee heuse kattenmagneetjes!

De beslissing ze in twee potjes te planten, werd overigens niet licht genomen:

TBK, die over dit soort dingen nadenkt: "Ik zou ze in twee verschillende potjes doen, want je kunt ze later als ze volgroeid zijn natuurlijk niet verpotten."

LP, dom: "Waarom niet?"

TBK, die 38 jaar docent is geweest en niet van dergelijke stupiditeit opkijkt: "Omdat het cactussen zijn? Je weet wel, stekels?"

LP, irritant als altijd: "Bwaahahaha! Ik ben dom!" *maakt flauwe grap over het hebben van een herseninfarct, omdat stomme grappen maken ook een manier van ellende verwerken is*

TBK, onverstoorbaar: "Nah, je bent altijd al zo geweest. Niet dom, gewoon een disharmonisch profiel."

LP, plots weer serieus: "Maar eh... worden ze dan niet eenzaam? Als ze in verschillende potjes zitten?"

TBK, altijd praktisch: "Dan zet je ze naast elkaar."

LP, altijd twijfelend: "Is dat wel dichtbij genoeg?"

TBK, geruststellend: "Ja hoor."

En zoals u kunt zien, heeft TBK altijd gelijk.

Avonturen in een bejaardenflat – Alles voor de veiligheid (The Big Kahuna gastpost, deel 3/3)

Door omstandigheden een weekje later dan gepland, maar desondanks niet minder poink-waardig: het derde en laatste deel van The Big Kahuna's gastblogtrilogie! Deel 1 staat hier, deel 2 hier.



““Naar het balkon? Hoezo?” vraagt de brandweerman verbijsterd. Een bewoonster geeft antwoord: “Ja, bij brand moeten we naar het balkon. Dat is ons een paar jaar geleden aangeraden door een collega van u. Hij zei letterlijk: Ga bij brand rustig naar uw balkon, dan haalt de brandweer u eraf.”

Deze brandweerman vindt dat niet zo'n goed idee: de enige hoogwerker van de plaatselijke brandweer is maar 32 meter hoog, hij weet niet of dat hoog genoeg is. Bovendien kan de hoogwerker elders in gebruik zijn, zoals twee weken geleden bijvoorbeeld bij een molenbrand. En dan sta je als een fakkel op je balkon te branden. De zaal reageert rumoerig en onthutst: “Maar wat moeten we dan doen, als er brand uitbreekt midden in de nacht? “

Nu wordt de brandweerman enthousiast: “De nieuwe voorschriften zijn als volgt: red jezelf, vermijd rookinname door je appartement uit te kruipen richting trap want die is brandveilig, loop naar beneden en ga op de verzamelplek staan. Ga niet met de lift. Graag even oefenen in het donker door af en toe de ogen dicht te doen, want de verlichting gaat ook uit bij brand.”

De zaal is duidelijk geschokt door het antwoord. Het is even stil. Dan reageert een bozige mevrouw fel: “Maar hoe kom je van de 8e verdieping naar beneden via de trap als je niet kunt lopen?” Naast mij zegt een mevrouw zachtjes maar goed hoorbaar voor onze rij: "Dan moet je ook maar niet op de 8e verdieping gaan wonen als je niet kunt lopen." Enkele mensen gniffelen, de bozige mevrouw heeft hier kennelijk een reputatie, maar eigenlijk heeft ze wel een punt. Bovendien kon ze vast nog goed lopen toen ze hierheen verhuisde. Haar vraag wordt verder genegeerd.

In plaats daarvan beschrijft de brandweerman met volkomen misplaatst enthousiasme nog eens plastisch hoe de balkonramen bij een brand in stukken uiteen barsten en hoe het vuur dan naar het balkon overslaat. Kruipen naar de trap is echt de enige uitweg om het er levend van af te brengen, volgens hem. De zaal wordt steeds rumoeriger. Dan schiet hem iets geruststellends te binnen: “Er zijn overigens twee brandwerende deuren per verdieping. Als je in het niet-brandende gedeelte gaat staan, ben je relatief veilig. Dat is dus het redelijke alternatief voor het balkon.” De zaal wordt iets rustiger.

Een bewoner probeert de rust geheel te herstellen en zegt dat er ook brandblusdekens aanwezig zijn op elke verdieping.  De brandweerman vat de hint duidelijk niet en vraagt: “Maar zijn het wel exemplaren die tegen vet kunnen? Twee jaar geleden is namelijk ontdekt dat één merk blusdekens niet tegen vet kan en de brand alleen maar aanwakkert.” Over olie op het vuur gooien gesproken… De zaal gonst weer luid.

Uit de zaal komt een hoopvolle vraag: “Hoe snel kan de brandweer hier zijn?” De zich overduidelijk niets van de onrust aantrekkende brandweerman antwoord: “De profs, afhankelijk van het verkeer binnen negen, tien of elf minuten. Maar als de profs elders blussen moeten de vrijwilligers uit een naburig dorp komen en ja, dat duurt natuurlijk véél langer.” De plaat voor het hoofd van de brandweerman kan niet anders dan van dik (en uiteraard brandweren) materiaal gemaakt zijn. De zaal is niet meer rustig te krijgen.

Dan meldt de directrice van het pand plots met ferme stem: “Sinds afgelopen vrijdag hebben we wel twee verzamelplekken die aangegeven staan met groene borden: voor de receptie en op de parkeerplaats.” Ze loopt snel naar voren, bedankt de brandweerman voor zijn komst en werkt hem met milde dwang naar buiten.

De zaal loopt zeer langzaam leeg. Dit had niemand verwacht. De geruststellende gedachte “bij brand ga je naar het balkon” is vanmiddag volledig in rook opgegaan. In de lift naar boven besluit ik voortaan nóg vaker de trap naar beneden te nemen, en daarbij zoals geadviseerd af en toe mijn ogen dicht te doen. Alles voor de veiligheid, natuurlijk."

Hey! Ik ben er weer!

De mensen die mij (ook) op Instagram volgen, weten al waarom ik een poosje afwezig ben geweest: op 1 maart werd ik wakker met werkelijk EPISCHE koppijn en ik heb nooit hoofdpijn. Het was dusdanig dat ik moeite had met zien, lezen en praten, dus ik vermoedde een migraineaanval, maar het bleek een licht herseninfarct te zijn, veroorzaakt door extreem hoge bloeddruk (243/180 op z'n hoogst). Uiteraard ben ik een zebra en zou het zomaar kunnen zijn dat ze besluiten dat het tóch geen herseninfarct geweest is, maar voorlopig is dat de werkdiagnose.

Ik ben 8 dagen als speldenkussen gebruikt en heb werkelijk gigantische hoeveelheden medicatie geslikt om mijn bloeddruk weer acceptabel te krijgen, wat er gelukkig ("op miraculeuze wijze" volgens de neuroloog) ook voor gezorgd heeft dat ik weer normaal kan zien, lezen/schrijven en spreken, in al mijn talen. De opluchting die ik voelde toen ik wakker werd en mijn wereld weer "normaal" was, kan ik echter niet in woorden vatten.

Na die acht dagen ben ik naar huis gestuurd waar ik dagelijks nog steeds een halve apotheek naar binnen werk, maar wel eindelijk een beetje nachtrust krijg en mijn heroïnejunkiearmen eindelijk minder blauw/groen/paars/kapotgeprikt kunnen worden. Ik heb/zal echter nog een batch onderzoeken ondergaan, zowel standaard (bloeddruk, bloedbeeld, etc) als specifieke naar de staat van mijn hart en mijn nieren, want die hebben beide een flinke optater gehad en het is nog maar afwachten of dat ooit nog "goed" komt. Ja, daar maak ik me verschrikkelijk druk om, maar behalve rust nemen en de onderzoeken ondergaan is er niets wat ik daaraan kan doen.

Aan die bloeddruk zelf ook niet trouwens, behalve braaf mijn pillen slikken - en dat deed ik al. Het is in die zin dan ook geen "lifestyle"-bloeddrukprobleem, maar wordt veroorzaakt door een onderliggende ziekte of syndroom. Nu wist ik dat al wel, maar ik wist alleen niet welke. Er zijn nu "nieuwe" ziektes die 8 jaar geleden nog niet bekend waren waar ik op getest word, en hoewel ik me er niet teveel op vast durf te pinnen, hoop ik werkelijk dat ik deze keer eindelijk eens een diagnose krijg. Hoewel ik natuurlijk liever gezond was, hoor ik liever "Je hebt [ziekte of syndroom] en dat kunnen we zo behandelen" dan wat ik nu al jaren hoor: "Je hebt iets, maar we weten niet wat, dus we proberen gewoon net zo lang totdat iets (al dan niet min of meer) werkt". Nou ja, ik zal het moeten afwachten en mocht het deze keer niet zijn, dan hopelijk ooit. *kruist vingers*

***

Op Instagram ben ik alweer in full swing en Tumblr staat in de queue, vanaf maandag post ik weer op YourfriendLP en komende woensdag volgt dan eindelijk het 3e en laatste deel van de Avonturen in een bejaardenflat-TBKgastpost-trilogie!

Maasmechelen

TBK en ik zaten aan de telefoon, zoals wel vaker (lees: dagelijks) en hadden het over designer shit met korting kopen.

LP, stellig: “We moeten echt eens naar Maasmechelen, ik wil namelijk een Stella McCartney tas, die zijn diervrij!”

TBK, geïnteresseerd: “Weet je al welk model je wilt?”

LP, die er uiteraard over nagedacht had: “Er zijn er een aantal die in aanmerking komen, hangt ook van de prijs af.”

TBK, twijfelend aan de logica: “Maar het is een outlet, hoe weet je nou of die tas er überhaupt is?”

LP, hoopvol: “Sheer luck.”

TBK, geschokt: “Dus je hebt grote kans dat hij er niet is en dan ben je voor niks naar Maasméchelen geweest.” Waarbij ze het woord “Maasméchelen” uitsprak alsof het een hoogpolig tapijt was dat ze die ochtend als ontbijt had moeten nuttigen.

Avonturen in een bejaardenflat – In nachtpon naar het balkon? (The Big Kahuna gastpost, deel 2/3)

Jawel lieve mensen, vandaag is het alweer tijd voor deel 2 van The Big Kahuna's gastpost! Mocht u deel 1 gemist hebben, dat staat hier (klik!)


"Dinsdagmiddag, nog steeds stralend weer. Twee voor half drie neem ik de lift naar de begane grond, vind een lege stoel achter in de grote zaal, sla het aangeboden kopje koffie met koekje af en tel automatisch het aantal belangstellenden. Een vrouw of 60 met hier en daar een man: meer dan de helft van de bewoners van deze flat. Mooie opkomst!

De directrice van het complex introduceert klokslag half drie de voorlichting-over-brandpreventie-gevende brandweerman. Na wat getrek aan draadjes en stekkers krijgen ze gezamenlijk de beamer aan de praat. Op het scherm verschijnt een nog nooit vertoond filmpje (sneak preview dus): opa en oma + kleinkind van zeven. Oma gaat kroketten frituren in de keuken, wijst heel traditioneel enige hulp van opa af die zich op de stoffen bank installeert en een sigaar opsteekt.

De brandweerman stopt het filmpje en vraagt: “Wat kan hier fout gaan?” De antwoorden komen vlot: “Er hangt een theedoek vlak bij de frituurpan.” “De kroketten kunnen aanbranden.” *Gelach in de zaal* “Opa kan in slaap vallen en de sigaar kan gaatjes in zijn overhemd branden.”

Heel goed, zegt de brandweerman en klikt op de titel van het vervolgfilmpje dat hoort bij het antwoord: “De sigaar kan brandgaatjes maken.” Opa valt inderdaad in slaap, zijn sigaar is echter plotseling in een sigaret veranderd, valt uit de asbak die opa in het vorige filmpje op de andere leuning van de bank gezet had. Vervolgens vat de bank moeizaam, zéér moeizaam, vlam. Gelukkig komt oma op dat moment de keuken uit met de gefrituurde kroketten, pardon … frieten!? Volgende shot: het 7-jarige kleinkind ligt, zonder gegeten te hebben, boven in bed te slapen terwijl het nog volop dag is. Ik kon mijn lachen nauwelijks inhouden: werkelijk NIETS klopte met de vorige scene. Kennelijk was er zonder scriptgirl gewerkt!

Na nog zo’n amateuristisch filmpje of twee met overduidelijk foute situaties had de zaal het wel gezien. Een dame op de derde rij nam het woord: “We weten heus wel dat je op moet passen met kaarsen en wapperende gordijnen. Gasfornuizen hebben we hier niet.” Een andere mevrouw valt haar bij: “Als je al zelf kookt doe je dat elektrisch. En sinds afgelopen zondag weten we dat je de telefoon niet moet opnemen als je een kroket aan het frituren bent want dan staat de brandweer binnen no time voor je deur.” De kroketverbrander van zondagmiddag lacht hartelijk mee. Hij zegt dan: “In de openbare ruimtes van dit gebouw geldt een rookverbod. Alle rokers zijn al een tijdje geleden gestopt met roken. Iemand roept: “Willem van de zevende toch niet?” “Jawel”, klinkt het uit verschillende monden, “Hij is in augustus overleden aan longkanker.”

Na nog wat heen-en-weer-gepraat is de algemene conclusie dat kortsluiting veroorzaakt door radio’s, tv-toestellen of laptops hier brand zou kunnen veroorzaken. “Maar bij brand gaan we gewoon in pyjama of nachtjapon naar het balkon en worden we gered,” zegt één van de aanwezigen vol overtuiging.

De brandweerman vraagt verbaasd: “Naar het balkon? Hoezo?”


Het vervolg op deze cliffhanger en tevens het slot van deze gastpost leest u op 16 maart aanstaande, hier op LogPoes!