woensdag 22 oktober 2014

Waai

Gisteravond was ik weer eens ergens in the middle of nowhere op weg naar een tentamen, onderwijl telefonerend met The Big Kahuna. Toen ik de tram uitstapte en in de richting van de tentamenzaal liep, bleek dat het mwah-weer zich ondertussen ontwikkeld had tot een heuse storm. Terwijl ik bijna omver geblazen werd, ontspon zich het volgende gesprek:

The Big Kahuna: “Wat is dat voor geluid?!
LogPoes: “Da’s de wind!”
TBK: “Ja, maar ik dacht dat ik ook een paard hoorde hinniken?”
LP: “Nee, da’s mijn haar. Hoor de weave waait van mijn harses…”
TBK: *BRUL* :-D

Ik heb hem overigens op weten te houden.

woensdag 15 oktober 2014

De niet schrijvende schrijver

In mijn blogpost over de afspreekmalaise kondigde ik het al aan: een blogpost over mensen die zich schrijver wanen, en al honderd jaar overal verkondigen “bezig te zijn met een roman”, zonder ooit een letter op papier te hebben gezet. Nu is dat op zich niets nieuws, dit soort mensen kom ik (helaas) mijn hele leven al tegen, maar de mate waarin ik ze in de afgelopen jaren tegenkom is werkelijk ex-po-nen-tieel toegenomen.

Vroegâh waren het vooral mannen die dit soort geblaat blaatten, maar zoals ik ook steeds vaker vrouwen tegenkom die mansplainen (geweldig artikel, absoluut lezen!), kom ik ook steeds vaker vrouwen tegen die blaten over hun “roman”. *roept luid: “DAT is niet de bedoeling van het feminisme, mensen!”*

Wacht, ik zeg het verkeerd: ze blaten niet over hun roman, ze blaten over dat ze “een roman gaan schrijven”. Operative word: gaan. Als je dan doorvraagt, blijkt dat de schrijver in kwestie nog geen aantekening op papier heeft gezet, niet eens losjes research heeft gedaan en eigenlijk ook geen enkel idee heeft van een verhaal. Als je dan vraagt wat ze verder schrijven of geschreven hebben, dan blijkt dat niets te zijn. Nul komma nul, nada. Schrijvers die niet schrijven en ook nooit geschreven hebben. Hoogst interessant.

Overigens is mijn definitie van schrijver helemaal niet strikt: als je met enige regelmaat schrijft, ben je schrijver. Ja, ook als dat poëtische boodschappenbriefjes zijn, ik ben niet zo moeilijk. Het is ook niet dat ik vind dat “schrijver” een beschermde titel moet worden, mensen mogen lekker claimen wat ze willen, maar ik vind het gewoon vreemd. Waarom zou je iets willen claimen wat op geen enkele wijze op je van toepassing is?

Blijkbaar is er iets specifieks aan “schrijver”, wat bijvoorbeeld “loodgieter” niet heeft. Want wees nou eerlijk: als u ooit in 2002 een keer een ringetje in uw kraan vervangen heeft, dan noemt u zich ook niet direct loodgieter, toch? Althans, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dat doet. Als je nooit danst, zelfs niet in je eentje in je woonkamer, dan noem je jezelf toch ook geen danser? Of wel? Ik bedoel, ik heb in 2008 in Madeira een uiterst steile bergwandeling gemaakt, moet ik nu “bergbeklimmer” aan mijn bio toevoegen? Nee toch?

Wat is er toch zo aantrekkelijk aan jezelf schrijver noemen? Is het de mythe van de getormenteerde artiest? Een vrijbrief om lekker stevig te zuipen? Staat het intellectueel? Scoor je makkelijker chickies (m/v/anders: [vul in])? Of snap ik gewoon niet hoe interessanterig uit je nek lopen zwammen in cafés werkt, en komt (geen van) mijn carrière(s) daarom al 20+ jaar niet van de grond? Kunt u om mijn fragiele ego te sparen niet collectief hard “Ja!” roepen nu? Dank u.

En nog even over die roman: waarom is het ALTIJD een roman? Het is nooit een kort verhaal, een blogpost, een zine, een poëziebundel, een filmscript, een toneelstuk, of een novelle. Altijd een roman. Alsof er geen enkele andere literaire vorm bestaat.

Waar dit soort poseurs types vroeger alleen in niet-schrijfgerelateerde omgevingen ergens aan de toog hun bla bla verspreidden, kom ik ze de laatste jaren zelfs tegen in (blijkbaar wannabe)schrijverscommunities. En dat is het punt waarop het voor mij stomvervelend wordt: ik ga naar zo’n bijeenkomst met een specifiek doel, namelijk medeschrijvers ontmoeten. Al die niet-schrijvende schrijvers zijn heus hartstikke aardige mensen, maar zo’n bijeenkomst schiet dan voor mij in ieder geval zijn doel volkomen voorbij. Ik ben er dan ook maar mee gekapt, met dit soort “schrijvers”bijeenkomsten, want kletsgesprekjes over alles behalve schrijven kan ik ook bij de bushalte voeren.

Over (het gezeik binnen) komjoenitties volgt volgende maand ergens een post, maar voor nu ben ik vooral benieuwd of u dit herkent? Bent u ook een schrijvende mens die continu niet-schrijvende schrijvers tegenkomt? Hoe gaat u daar (niet) mee om? Bent u misschien zelf een niet-schrijvende schrijver? Waarom claimt u iets te zijn wat u eigenlijk helemaal niet bent? Komt u soms ook wel eens op loodgieterconventies of trekt u daar een grens? Uiteraard zijn alle reacties en theorieën van iedereen welkom in het reactievak. Want zo all-inclusive ben ik dan ook wel weer.