woensdag 17 september 2014

Afspreekmalaise

Jawel, lieve mensen, het is weer tijd voor een terugkerend thema hier op LogPoes: intermenselijk contact en het - voor mij onbegrijpelijke - nodeloze gezeik dat daar blijkbaar bij komt kijken. Vandaag wil ik het eens hebben over mensen en afspreken, want het volgende is me dit jaar nu al diverse keren overkomen:

Tijdens een bijeenkomst raak ik met iemand aan de praat. Want ondanks dat ik zowel extreem introvert als een ontiegelijke aso ben (en een special snowflake natuurlijk), ben ik prima in staat een gesprek te voeren als ik dan toch ergens Uithuizig ben. Tot zover bla bla gezellig. Na afloop zegt de ander “We moeten eens iets afspreken!” Hoewel zelfs ik weet dat “we moeten eens iets afspreken” tegenwoordig in 99,999% van de gevallen een idiomatische uitdrukking is die “ik vond het gezellig” betekent, wisselen we voor de vorm telefoonnummers uit.

Wat mij betreft zou deze schertsvertoning achterwege gelaten kunnen worden, want “Nog een fijne avond en wellicht tot ziens!” vind ik zelf een prima manier om afscheid te nemen van een nauwelijks-iets-meer-dan-volslagen-onbekende. Op dat moment echter “Nee joh, laat maar zitten dat nummer, want we gaan elkaar toch nooit bellen” zeggen vind ik dan weer te lomp.

Ik leef rustig verder, maar dan – bliep bliep – een berichtje. Of ik wil afspreken. Ok, dat had ik niet verwacht, maar eh, tja, prima. Ik bedoel, het vorige gesprek was best gezellig en waarom niet? Ik mag dan wel een aso zijn, maar ik wil niet elk contact bij voorbaat al dichttikken. Vrienden van nu waren ooit ook onbekenden tenslotte. Dus ik zeg “Prima! Waar zien we elkaar?”

En dan gaat het mis: het blijft maandenlang stil. Tegen de tijd dat ik er nauwelijks meer aan denk, stuurt diezelfde persoon, uit het niets en zonder enige uitleg of excuses, weer een afspraakverzoek. Waarna weer Totale Stilte volgt. Rinse, lather, repeat. Als er wél direct een tijd en locatie afgesproken wordt, wordt de afspraak vervolgens minstens 3 keer om allerlei kulredenen gerieskedjuult, en komt er uiteindelijk nooit van. En DAT, lieve mensen, vind ik nou Godse irritant.

Ik vind het Godse irritant dat ik voor Piet Snot tijd en ruimte in mijn hoofd en in mijn agenda inplan. Tijd en ruimte die ik ook aan andere mensen (inclusief mezelf) en andere dingen had kunnen besteden. Zo’n “afspraak” blijft maandenlang op stand by hangen. Lees: de Bufferzone-eekhoorn piept continu “Afspraak! Afspraak! Afspraak!” en dat vreet energie. Getuige dit filmpje ben ik overigens niet de enige die afspreekmalaise meemaakt en er zich wild aan ergert.

Daarbij komt dat ik me drie slagen in de rondte twijfel en weifel over op welk punt ik het moet afkappen: na de eerste verzetting? De derde? De vijfde? Wat is het protocol bij mensen die je nauwelijks kent? Hoeveel kansen moet je een nauwelijks-iets-meer-dan-volslagen-onbekende geven om tot één simpele theedrinkafspraak te komen? Een theedrinkafspraak waar ik tegen die tijd eigenlijk al lang geen trek meer in heb, want een moeizaam begin is in mijn ervaring misschien geen garantie voor, maar vaak wel een enorm goede indicatie van, een moeizaam vervolg van een contact. En ik ben ondertussen wel meer dan klaar met moeizame contacten.

Waarom zijn deze mensen niet in staat om hun afspraken met mij na te komen? Op hun werk/studie verschijnen ze wel op tijd en ook bij hun kapper of tandarts, want die brengen een niet nagekomen afspraak gewoon in rekening. En terecht.

“Je moet ook niet teveel verwachten van mensen” heb ik ooit gehoord. Mijn standaardantwoord daarop is: “Waarom eigenlijk niet?” Maar wise ass-ness aside, sinds wanneer is verwachten dat iemand zich aan door hunzelf geïnitieerde afspraken houdt, al “teveel verwachten”? Moet ik als iemand voorstelt om op dinsdag om 12:00 uur af te spreken, er maar meteen vanuit gaan dat die afspraak toch niet doorgaat? Dat is toch raar? Waarom maken deze mensen afspraken met mij als ze toch niet van plan zijn ze na te komen?

The Big Kahuna is ervan overtuigd dat dit mensen zijn die van hun therapeut de opdracht hebben gekregen een afpraakje te maken met een wildvreemde, en die vervolgens niet meer durven te gaan. Zelf vermoed ik dat het een combinatie is van onderstaande zaken:

  • FOMO. Alle opties open willen houden en op het laatste moment toch andere prioriteiten stellen;
  • Een overvol schema hebben en/of niet kunnen plannen;
  • Het goeie oude “het idee/concept leuker vinden dan de daadwerkelijke uitvoering”. U weet wel, net als al die mensen die zich schrijver wanen, en al honderd jaar overal verkondigen “bezig te zijn met een roman” zonder ooit een letter op papier te hebben gezet. Maar dat is voer voor een andere blogpost.

Feit is, dat mijn irritatiegrens bereikt en overschreden is. Dus toen ik laatst op een ochtend weer eens een afspraak-verzet-berichtje van zo’n moeizamerd kreeg, kon ik de sarcastische pasgro niet langer onderdrukken: “Nee, sorry, dat gaat niet, want dan vertrek ik naar Barbados”. Ja, soms ben ik niet aardig. Uit het enthousiaste “Wat leuk en hoe lang?”-antwoord bleek dat de hint niet gevat werd. Helaas. Ik heb overigens wel ontzettend veel lol gehad met het uitgebreid researchen van alle ins en outs van Barbados, want da’s best een leutig eilandje. *roept “Clark, inpakken, we gaan verhuizen!”*

Mocht u dit soort gedrag herkennen en enig idee hebben waarom mensen dit doen, dan mag u dat in het reactievak mikken. Wilde theorieën over aliens en de Illuminati zijn uiteraard ook welkom, want hoe maller de thie-oh-rieh, hoe meer leut. :-D

vrijdag 12 september 2014

Kampergevoelie

Herinnert u zich mijn kampergevoelie nog? Dat hij het na een jaar of 10 eindelijk besloot wat groene blaadjes te gaan krijgen, was al een mirakel, maar dat hij spontaan wel 4(!) hele bloemen besloot te ontwikkelen, verdiende een tussendoorpost mét foto hier op LogPoes:

woensdag 10 september 2014

Scherp

Eind vorige week was ik bij de huisarts voor het verwijderen van een Mal Bultje (= officiële medische term). Aangezien het een geheel ongevaarlijk bultje was, zou ze het bevriezen en vervolgens weglepelen. Nee, dat doet geen pijn.

Even wat backstory voor de duidelijkheid: mijn huisarts en ik hebben een wat onconventionele relatie. Omdat ik haar in sommige periodes met uitzonderlijk grote regelmaat zie en ik niet alleen een zebra ben, maar ook een behoorlijke kennis van geneeskunde heb, is het meer een "Kom, hoe gaan we dit samen aanpakken" dan een "dokter zegt, patiënt doet"-relatie.

En zo gebeurde het dat Dokter (want zo noem ik haar) en ik de hele, recent heringerichte, kleine ingrepenkamer doorzochten in onze queeste naar de lepels. We vonden infuusnaalden, hechtdraad, schwab-stokjes, kartonnen bakjes (van die grijze), gaasjes in 30 verschillende formaten, Leukopor/plast/silk, maar geen lepels. Ze lagen niet bij de scalpels en ook niet in het blauwe bakje waar ze vroeger blijkbaar in lagen. We gingen elke mogelijke lade in de kamer af, sommige zelfs meerdere keren, maar hier geen lepel, daar geen lepel, nergens een lepel.

Uiteindelijk zag Dokter zich genoodzaakt haar collega uit zijn spreekuur te bellen om te vragen of hij kon laten zien waar die !@##@#$% lepels in !#@@#$naam lagen. Hij stormde binnen, wees naar een lade die we beiden twee keer doorzocht hadden en stormde weer naar buiten. Wij keken eens goed naar de sticker:

Oeps. :-D

De lepels lagen overigens wel errug verstopt onder een baal andere zooi én helemaal onder in de la, dus het feit dat we ze niet gezien hadden, lag niet geheel aan onze ochtendlijke onscherpte. Maar toch.