woensdag 29 oktober 2014

#Blogestafette 2014

Jawel peeps, na 12 jaar, 2 maanden en 13 dagen bloggen gebeurde het dan eindelijk: ik kreeg van Esther een stokje toegeworpen! Een stokje! Iets wat zo old school is, dat het weer hip is blijkbaar! Er werden 5 ontboezemingen van me verwacht. Geheel verheugd sloeg ik druk aan het nadenken: 5 dingen die u nog niet van me weet. Tja, dat viel behoorlijk tegen. Ik blog al zo lang dat alles wat ik met de wereld wil delen al wel voorbijgekomen is, en de dingen die ik niet wil delen, die eh, wil ik niet delen.

Na veel gepieker en zelfs Navraag In Besloten Kring, kwam ik uiteindelijk op de volgende 5:
  1. Aangezien ik nogal visueel ingesteld ben, was het eerste wat bij mij opkwam bij het woord ‘ontboezeming’ dat ik inderdaad ergens in de prehistorie een borstverkleining ondergaan heb. Uiteraard lag ik na deze realisatie een kwartier lang op de vloer van het lachen. Wat betreft de operatie: hoewel ik me niet kan heugen ooit zo gruwelijk doodsbang te zijn geweest als tijdens het omkleden voordat ik naar de o.k. ging, heb ik er nooit een seconde spijt van gehad en raad ik iedereen in dezelfde omstandigheden aan om het te doen. Plastisch chirurgie = a-ok by me. Natuurlijk is het geen wenkbrauwen epileren en lost het niet al je sores op, maar het leven is té kort om je dagelijks van ellende letterlijk van het dak te willen storten in je fysieke en mentale functioneren te moeten laten beperken door iets waar iets aan gedaan kan worden.
  2. De tweede is een beetje een halve, want ik heb het er wel eens vaker over gehad, maar aangezien het “LP is zo’n vlotte, spontane meid!” een hardnekkig misverstand blijft, gooi ik hem er toch maar in: weinig aan mij is écht spontaan. Hier en daar een waterfonteinpost daargelaten, zijn mijn blogstukken 99% van de tijd uitgebreid gebrainstormd, maanden gerijpt en uitvoerig geëdit. Deze post over niet-schrijvende schrijvers? Daar ben ik in april 2014 mee begonnen en volgens de teller heb ik hem maar liefst 189 keer bewerkt. Nu waren de laatste 20 bewerkingen waarschijnlijk van het kaliber “verwijderen van een spatie” of “daar moet nog een ‘s’ tussen”, maar feit is dat er flink aan getimmerd is.
    Hetzelfde geldt ook voor “ik IRL”: als tiener heb ik jarenlang voor de spiegel geoefend om “lekker spontaan en ad rem” over te komen, en nog steeds oefen ik potentieel moeizame gesprekken hardop met mezelf. Hoewel dit handig is gebleken in De Maatschappij, waar weinig ruimte is voor rustige, stille mensen, heeft het er ook voor gezorgd dat er een duidelijk (en als mensen eenmaal de “publieke versie” van me kennen, onoverbrugbaar) verschil is tussen “wie ik ben in de wereld” en “wie ik ben als ik alleen ben”. Dat vind ik bij vlagen jammer.
  3. Mijn grootste, en eigenlijk ook enige, talent is “making it look easy for the people”: de indruk wekken dat alles wat ik doe, me moeiteloos en soepeltjes afgaat. In werkelijkheid kost alles wat ik doe mij ontzettend veel moeite, er is werkelijk niets wat mij makkelijk afgaat. Wel ben ik gezegend (een zogenaamde mixed blessing noemt men dat) met een “ik beuk me met blote handen een weg door 50 cm gewapend beton, welnee, dat doet geen pijn”-discipline, waardoor ik uiteindelijk dingen wel voor elkaar krijg. Over wat dat mij tot nu toe op zowel korte als lange termijn gekost heeft, kan ik een roman een boek schrijven, maar helaas heb ik tot nu toe geen andere manier ontdekt om mijn leven door te komen.
  4. In dezelfde lijn: in tegenstelling tot wat mensen om voor mij vrij onduidelijke redenen schijnen te denken, heb ik nooit hoog (laat staan adembenemend hoog, maar dank je voor het compliment, Esther :-D) gescoord op een IQ test. Ook ben ik nooit hoogbegaafd verklaard. Nu heb ik ook altijd geweigerd me te laten testen, mijn leven is namelijk al meer dan genoeg door cijfertjes en andermens’ mening over mij beheerst en bepaald. Op AD(H)D ben ik wél getest, en dat schijn ik officieel dan weer ni… hey! Kijk! Een dikke pollewukwoerts!
  5. Als ik (over)vermoeid ben, kijk ik scheel. En niet zo’n beetje ook. Ik rock de Schele Simon Realness echt keihard. Gek genoeg is dat, samen met het hautaine, ancien riche deel van mijn persoonlijkheid, mijn enige afwijking waar ik géén issues mee heb: ik vind het wel hilarisch eigenlijk. Wat ik nóg hilarischer vind, is hoe mensen op mijn scheelheid reageren. “Nee hoor, valt reuze mee” hoor ik op momenten dat mijn rechter oog in mijn binnenste ooghoek vertoeft terwijl mijn linker oog rechtuit kijkt. Wat weer bewijst dat andere mensen soms best aardig zijn.
Zo mensen, dat waren ze dan! En dan: het nomineren van mensen die ik bewonder! Oeps, eh, tja, eh, help? Ik ben sowieso niet zo bewonderig aangelegd, want mensen op voetstukken zetten leidt per definitie tot dehumanisering van de bewonderde, wat automatisch daadwerkelijk intermenselijk contact onmogelijk maakt. Ja ja, hier heb ik over nagedacht. Ook denk ik bij “bewonderen” aan mensen als Rudolf Nurejev, Freddie Mercury en Olga de Haas, maar die lezen mijn blog niet. Overigens maak ik mezelf wijs dat dat voornamelijk komt omdat ze dood zijn.

Dus ik doe het anders: als u dit leest én een blog heeft én zin heeft om dit stokje over te nemen, dan reik ik het u bij deze aan:

Ik ben hoogst benieuwd! Laat u het even weten als u hem gedaan heeft? Dan kom ik buurten.

woensdag 22 oktober 2014

Waai

Gisteravond was ik weer eens ergens in the middle of nowhere op weg naar een tentamen, onderwijl telefonerend met The Big Kahuna. Toen ik de tram uitstapte en in de richting van de tentamenzaal liep, bleek dat het mwah-weer zich ondertussen ontwikkeld had tot een heuse storm. Terwijl ik bijna omver geblazen werd, ontspon zich het volgende gesprek:

The Big Kahuna: “Wat is dat voor geluid?!
LogPoes: “Da’s de wind!”
TBK: “Ja, maar ik dacht dat ik ook een paard hoorde hinniken?”
LP: “Nee, da’s mijn haar. Hoor de weave waait van mijn harses…”
TBK: *BRUL* :-D

Ik heb hem overigens op weten te houden.

woensdag 15 oktober 2014

De niet schrijvende schrijver

In mijn blogpost over de afspreekmalaise kondigde ik het al aan: een blogpost over mensen die zich schrijver wanen, en al honderd jaar overal verkondigen “bezig te zijn met een roman”, zonder ooit een letter op papier te hebben gezet. Nu is dat op zich niets nieuws, dit soort mensen kom ik (helaas) mijn hele leven al tegen, maar de mate waarin ik ze in de afgelopen jaren tegenkom is werkelijk ex-po-nen-tieel toegenomen.

Vroegâh waren het vooral mannen die dit soort geblaat blaatten, maar zoals ik ook steeds vaker vrouwen tegenkom die mansplainen (geweldig artikel, absoluut lezen!), kom ik ook steeds vaker vrouwen tegen die blaten over hun “roman”. *roept luid: “DAT is niet de bedoeling van het feminisme, mensen!”*

Wacht, ik zeg het verkeerd: ze blaten niet over hun roman, ze blaten over dat ze “een roman gaan schrijven”. Operative word: gaan. Als je dan doorvraagt, blijkt dat de schrijver in kwestie nog geen aantekening op papier heeft gezet, niet eens losjes research heeft gedaan en eigenlijk ook geen enkel idee heeft van een verhaal. Als je dan vraagt wat ze verder schrijven of geschreven hebben, dan blijkt dat niets te zijn. Nul komma nul, nada. Schrijvers die niet schrijven en ook nooit geschreven hebben. Hoogst interessant.

Overigens is mijn definitie van schrijver helemaal niet strikt: als je met enige regelmaat schrijft, ben je schrijver. Ja, ook als dat poëtische boodschappenbriefjes zijn, ik ben niet zo moeilijk. Het is ook niet dat ik vind dat “schrijver” een beschermde titel moet worden, mensen mogen lekker claimen wat ze willen, maar ik vind het gewoon vreemd. Waarom zou je iets willen claimen wat op geen enkele wijze op je van toepassing is?

Blijkbaar is er iets specifieks aan “schrijver”, wat bijvoorbeeld “loodgieter” niet heeft. Want wees nou eerlijk: als u ooit in 2002 een keer een ringetje in uw kraan vervangen heeft, dan noemt u zich ook niet direct loodgieter, toch? Althans, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die dat doet. Als je nooit danst, zelfs niet in je eentje in je woonkamer, dan noem je jezelf toch ook geen danser? Of wel? Ik bedoel, ik heb in 2008 in Madeira een uiterst steile bergwandeling gemaakt, moet ik nu “bergbeklimmer” aan mijn bio toevoegen? Nee toch?

Wat is er toch zo aantrekkelijk aan jezelf schrijver noemen? Is het de mythe van de getormenteerde artiest? Een vrijbrief om lekker stevig te zuipen? Staat het intellectueel? Scoor je makkelijker chickies (m/v/anders: [vul in])? Of snap ik gewoon niet hoe interessanterig uit je nek lopen zwammen in cafés werkt, en komt (geen van) mijn carrière(s) daarom al 20+ jaar niet van de grond? Kunt u om mijn fragiele ego te sparen niet collectief hard “Ja!” roepen nu? Dank u.

En nog even over die roman: waarom is het ALTIJD een roman? Het is nooit een kort verhaal, een blogpost, een zine, een poëziebundel, een filmscript, een toneelstuk, of een novelle. Altijd een roman. Alsof er geen enkele andere literaire vorm bestaat.

Waar dit soort poseurs types vroeger alleen in niet-schrijfgerelateerde omgevingen ergens aan de toog hun bla bla verspreidden, kom ik ze de laatste jaren zelfs tegen in (blijkbaar wannabe)schrijverscommunities. En dat is het punt waarop het voor mij stomvervelend wordt: ik ga naar zo’n bijeenkomst met een specifiek doel, namelijk medeschrijvers ontmoeten. Al die niet-schrijvende schrijvers zijn heus hartstikke aardige mensen, maar zo’n bijeenkomst schiet dan voor mij in ieder geval zijn doel volkomen voorbij. Ik ben er dan ook maar mee gekapt, met dit soort “schrijvers”bijeenkomsten, want kletsgesprekjes over alles behalve schrijven kan ik ook bij de bushalte voeren.

Over (het gezeik binnen) komjoenitties volgt volgende maand ergens een post, maar voor nu ben ik vooral benieuwd of u dit herkent? Bent u ook een schrijvende mens die continu niet-schrijvende schrijvers tegenkomt? Hoe gaat u daar (niet) mee om? Bent u misschien zelf een niet-schrijvende schrijver? Waarom claimt u iets te zijn wat u eigenlijk helemaal niet bent? Komt u soms ook wel eens op loodgieterconventies of trekt u daar een grens? Uiteraard zijn alle reacties en theorieën van iedereen welkom in het reactievak. Want zo all-inclusive ben ik dan ook wel weer.