Ziek Zijn - Werk [post 3/3]

Ik heb al vaker geschreven over de vreemde en vaak contradictoire opvattingen die hier in Nederland heersen met betrekking tot betaald werk. Zodra het echter over werk en chronische ziekte gaat, berg je dan maar, want Le Clusterfuck. Overigens is ook op deze laatste post in de serie de disclaimer "When it's not about you, it's not about you" van toepassing.

Aan de ene kant MOET je als chronisch zieke werken, want “iedereen is wel eens ziek” en je bent gewoon een luie aansteller en een uitkeringstrekker (uitkeringsGERECHTIGDE heet dat). Aan de andere kant word je, als je al een baan weet te vinden, continu aangemoedigd om je “maar lekker af te laten keuren” (alsof dat zo makkelijk gaat), want “het is toch wel lastig, zo’n zieke”. Alsof je een defect kopieerapparaat bent dat vervangen moet worden, op die toon. En ook recht in je gezicht, he.

Er wordt meestal impliciet, maar soms ook expliciet verwacht dat je als zieke meer, beter en langer werkt dan alle anderen, want je hebt wat te compenseren natuurlijk als "mislukte". Dat dat onaardige mens van een kantoor verderop haar werk niet doet omdat ze behalve lui ook te dom is om stro te vreten, geeft niet: die is er tenminste altijd. The message is loud and clear: wees nou maar gewoon gezond, zeikerd.

Overigens, er bestaat in het Arbowezen de compleet van de pot gerukte theorie dat als je maar flink op iemand die ziek is inpraat, hun ziekteverzuim afneemt. Ik snap wel waar die theorie vandaan komt: hier in Nederland is het namelijk gebruikelijk om je ziek te melden als je je werk niet zo leuk vindt. Dat iemand graag wil werken maar daadwerkelijk ziek is, is blijkbaar een onmogelijkheid. Hierop heb ik maar 1 ding te zeggen: als er iemand is die me met een “hartig praatje” van mijn chronische ziektes (ja, meer dan 1) af kan helpen, kom snel langs! Je krijgt een reiskostenvergoeding en een fucking salade geitenkaas van me. Ik zet nog koffie voor je ook.

Want mijn huidige situatie is complex. Ik ben een vrouw van 40, met een niet te vermijden overschot aan Zeer Buitenlandse Achternamen, die een, eh, interessant carrièrepad heeft afgelegd en bovendien chronisch ziek is in een mate die opvalt: 40 uur per week buitenshuis werken gaat hem niet worden, dat weet ik. Maar als ik Andere Mensen mag geloven, kom ik nooit meer aan de slag, want: “Als je zo vaak ziek bent, kun je niet in loondienst hoor.” Als ik dan opmerk dat ik me bewust ben van het feit dat dat lastig kan worden en daarom aan het onderzoeken ben of, en zo ja hoe, ik (al was het maar deels) vanuit huis zou kunnen werken omdat dat zowel vermoeiende reistijd als bacillen scheelt, dan krijg ik te horen dat neeeeeeeeee, dat al helemaaaaal niet kan, want [vul kulreden in]. Maar, wordt er dan haastig achteraan gezegd, ik moet ook zeker niet denken dat ik “zomaar” een uitkering kan gaan aanvragen, want zij “kennen iemand die iemand kent die ooit eens gehoord heeft van iemand die drie keer per week dialyseert en die veertig uur per week werkt!” of een ander "Broodje Superzieke Aap"-verhaal.

Zoals ik tegen dat type zei: “Dus even samengevat: in loondienst kan niet, freelance werken kan ook niet, een uitkering “mag” ik niet, dus wat moet ik dan? Nu meteen maar in mijn graf gaan liggen?” Waarop er zo’n halfbakken “Jaaah, neeeh, dat nou ook weer niet…” volgde. Ik had er die dag enorm de pis in (wat altijd goed is voor mijn assertiviteit) dus ik vroeg door: “Maar wat dan WEL?” Uit de leeglopende fietsband kwam slechts “Jaaaahnoudatweetikookniethoooooor!”

HOU. DAN. JE. BEK.

Echt, waar mensen zich mee bemoeien, niet te geloven. Ik ben in de afgelopen jaren dan ook toxisch allergisch [weer een ziekte erbij – red.] geworden voor al die al dan niet zogenaamd goedbedoelende types die me GEHEEL ONGEVRAAGD ge-“je moet gewoon”-en, maar die me verder nooit een steek verder kunnen helpen. Want tips als “Je moet gewoon een propedeuse halen en dan stoppen”, “je moet gewoon met een rijke oude vent trouwen en ~schrijfster~ worden”, of “je moet gewoon stand up comedian/trendwatcher/[ander fantasieberoep waarmee je over het algemeen geen rooie rotcent verdient] worden!” kan ik nou niet echt serieus nemen.

Los daarvan kan ik “gewoon” niet begrijpen dat deze mensen niet aanvoelen, laat staan inzien, hoe ondermijnend en beledigend deze “suggesties” zijn. Sowieso, maar al helemaal op het moment dat ik met mijn verrotte gezondheid met zeer veel pijn, moeite en nauwelijks steun keihard mijn best doe om een WO-opleiding af te maken, in de hoop dat ik mezelf op termijn met een niet-fulltime baan tóch zal kunnen bedruipen.

Dat mensen zonder enige schaamte dit soort schijt uit hun bakkes laten lopen, zegt in feite dat ik dan wel van mening mag zijn dat ik niet slechts chronisch ziek ben, dat ik dan wel ambities mag hebben die (veel!) verder gaan dan een creperende trophy wife zijn van een of andere oude bal, dat ik dan wel mag denken dat ik de wereld echt wel wat meer te bieden heb dan die 385 euro eigen risico, maar dat dát allemaal toch echt een brug te ver is. En daar, lieve mensen, word ik nou écht goed ziek van.

Ziek Zijn - Andere Mensen [post 2/3]

Chronisch ziek zijn heeft niet alleen invloed op mij, maar ook op mijn interactie met de rest van de wereld. Zoals bekend ben ik nooit goed geweest in intermenselijk contact, en dat is er sinds ik ziek ben niet op vooruit gegaan.

Ook hier is vaak sprake van de tweedeling waar ik in mijn vorige blogpost over schreef: óf ik ben de inspiiiring Superzieke, óf ik ben de zielige Beroepszieke. Voor die laaste groep ben ik, zoals te verwachten valt, Altijd Alleen Maar Ziek, hashtag Kortjakje, maar gek genoeg is er ook een groep die hardnekkig ontkent dat er ook maar iets met me aan de hand is en er maar vanuit blijft gaan dat ik heus wel 85 ga worden. Dit leidt tot eh, interessante interacties.

Let op: ook bij deze blogpost komt de disclaimer dat als het niet over u gaat, het niet over u gaat.

Dingen die mensen zonder blikken of blozen tegen me zeggen, the offensive crap edition:

De types die geïrriteerd zijn: “Ben je nou alweer ziek?” “Nee, nog steeds.” Echt, als jij het al irritant vindt, hoe denk je dat het voor mij is? Sommige mensen schijnen de indruk te hebben dat chronisch zieke mensen het met opzet zijn, om anderen dwars te zitten blijkbaar. Zo zei ooit iemand waarmee ik indertijd bevriend was: “Ik kan er niet tegen, tegen dat ziekzijn.” Op dat moment had ik te veel brandende pijn in mijn onderbenen die er letterlijk als boomstronken uitzagen vanwege de 10 liter vocht die ik vasthield (bijwerkinkje!) om “Nou, donder dan op” te zeggen, maar ik dacht het natuurlijk wel.

Zoals u zich waarschijnlijk kunt voorstellen heb ik deze vriendschap dan ook eerst een stille en toen een wat luidruchtiger — ja, weer eentje die de hint niet vatte — dood laten sterven, want er is weinig zo vervelend als ziek zijn en daarnaast ook nog rekening moeten houden met andermens’ gevoelens over mijn ziekte.

Newsflash: mijn ziekte draait niet om jou.

Het is ondertussen jaren geleden, maar ik verbaas me er nog steeds over. Want wat denkt zo iemand nou zelf? Dat ik het LEUK vind om ziek te zijn? Fuck nee, ik heb er flink de schijt in dat ik in een kadaver zit dat mij al een groot deel van mijn leven met enige regelmaat op creatieve wijze gigantisch in de steek laat. Ik word schijtziek van dokters die in me poken alsof ik een omhulsel-voor-ziekte ben in plaats van een levend wezen. Ik ben het schijtzat om bepoteld te worden alsof ik een ding ben, om aan machines gehangen te worden en puur afgerekend te worden op waardes, om niet gehoord te worden als ik aangeef waar mijn aderen zitten en dan weer weken rond te moeten lopen met twee compleet kapotgeprikte armen waardoor ik eruitzie alsof ik intraveneus heroïne spuit. Ik vind er geen kloot aan om “de leuke patiënt van de dag” te zijn voor coassistenten omdat ik een Zebra ben: mijn lichaam functioneert namelijk niet alleen niet volgens de regels van gezondheid, maar ook niet volgens de regels van ziekte. Het zijn van een “reuze interessante casus” is redelijk klote kan ik u vertellen.

Dan een opmerking die ik recenter te horen kreeg: “Als ik had wat jij had, dan zou ik zelfmoord plegen hoor!” Goh, dank je voor de tip, daar had ik zelf nou nog nooit bij stilgestaan. Ik denk dat ik mijn therapeut maar afbel. Pfff! Dat je het dénkt kan ik prima begrijpen, maar dat het je mond verlaat… Hoppa, weer iemand voor op mijn shitlist.

En dan heb je nog de “ziekte is iets waar je dankbaar voor moet zijn”-neuzelaars: ik moet dankbaar zijn omdat mijn ziekzijn me blijkbaar een andere blik op de wereld gegeven heeft, wat ervoor gezorgd heeft dat ik het leven en vooral die vermaledijde “kleine dingen” (zoveel meer) ben gaan waarderen, het zogenaamde “leed heeft een reden”-denken. Hier heb ik maar 1 ding op te zeggen *pakt megafoon*:

GELUHUHUL!!!

Zoals ik al in het De Levensvreugd zine schreef: leed heeft helemaal geen reden. Ook geen doel trouwens. En gelukkig ben ik niet de enige die dat vind.

Mijn ziekzijn heeft mij ab-so-luut NIETS positiefs gebracht. Ik ben er niet gelukkiger door geworden, ik ben dingen niet “meer gaan waarderen”. Mijn ziekzijn heeft me vooral ontzettend veel afgenomen: ik word elke dag geconfronteerd met mijn beperkingen, hoe klein ook. En dit zal ALTIJD zo blijven. Voor de rest van mijn leven. En nee, ik ben niet zo iemand die dat kan ~accepteren~, die functie is zoals bekend bij mij niet ingebouwd. Was dat wel zo, dan was ik namelijk al minstens 20 keer dood geweest, dus dat niet-accepteren heeft wel nut gehad. #positiefjes

Natuurlijk zullen er mensen zijn die oprecht vinden dat hun ziekte iets aan hun leven heeft toegevoegd. Volkomen geldig uiteraard. Waar ik echter wel de fuck van krijg, is dat dit “geluk bij een ongeluk”-voortvloeisel van het positief denken een haast verplichte (daar issie weer!) nerrutif is geworden.

Volgens diezelfde nerrutif zou ik door mijn ziek zijn ook “meer geduld en vrede” hebben gekregen. Nou nee. Ik ben, zeker sinds ik studeer, steeds pissiger geworden: ik doe zo verdomd mijn best en dan – hoppa! – wordt al mijn werk weer tenietgedaan omdat ik weer eens ergens een longontsteking vang. En ik word al helemaal razend als ik dan Petertje van 19 met z’n gezonde lichaam nog even lekker een peukie op voor de ingang van de faculteit zie opsteken. Waar ik met mijn verrotte longen dan weer doorheen moet lopen. Ik snap echt dat roken een verslaving is, maar ik zou hem het liefst die peuk uit z’n bakkes slaan.

Ook heb ik hoe langer hoe minder geduld voor gezeik, gezanik, geneuzel en moeizaam gedoe van anderen. Mijn karaktertrek dat ik snel verveeld ben en alles graag patcha!, dubbel tempo wil, is door mijn ziekzijn versterkt. Het feit dat ik nooit een van die 85-jarige pensionados ga worden die 4 keer per jaar ~lekker genieten~ op vakantie, maakt het alleen maar erger. Want uiteraard heeft ziek zijn me veranderd: ik ben harder en egoïstischer geworden. Karaktertechnisch ben ik er niet op vooruitgegaan.

Ziek Zijn - Op het Internet [post 1/3]

Toen ik de vorige week ziek op bed lag na te denken (want dat nadenken stopt zelden), realiseerde ik me dat ik het toch veel meer impact op mijn leven heeft dan ik zou willen, dat ziekzijn. Natuurlijk is er het ziekzijn zelf: de algehele malaise, de pijn, de vermoeidheid, de dubbel tempo aftakeling, de meestal redelijk vervelende behandelingen, de gederfde levensvreugd, de verloren tijd in wachtkamers, het gemiste geld (meer uitgaven, minder inkomsten), en natuurlijk de angst en stress dat het deze keer niet meer goed komt, met een blijvende levenskwaliteitvermindering tot gevolg.

Dit zijn over het algemeen dingen waar ik, zo goed en zo kwaad als het gaat, mee kan dealen en waar ik verder ook niet heel veel over te melden heb. Over de soosjul konstrukts en andere bagger waar ik als chronisch zieke mee te dealen krijgt, heb ik echter zeer veel te melden, vandaar dat er deze week een driedelige postserie verschijnt over Ziek Zijn. Hieronder volgt deel 1:

Ziek Zijn - Op het Internet

Laatst dacht ik eens na over of het mogelijk zou zijn om een realistisch blog over het leven van een chronisch zieke bij te houden zonder dat dat een magneet voor lotgenotencontactzoekers, leedconcurrenten, ramptoeristen en/of gehandicapteninspiratiepornozoekers wordt. Na wat rondklikken op het internet was mijn conclusie dat het antwoord daarop helaas “Nee” is.

Ik heb het gedurende mijn 100 jaar hier op LogPoes namelijk ook gemerkt: zodra ik ook maar iets uitgebreider schrijf over mijn beroerde gezondheid komen er behalve prettige reacties (die ik overigens zeer waardeer – deze post gaat dan ook niet over u) ook altijd wat klaagbegijntjes, “Oh god wat zielig”-erts en ander irritant volk van onder hun rots vandaan, die nooit reageren als ik over iets gezelligs blog. Heel bijzonder is dat. Ik vermoed dat ze een google alert op “chronisch ziek” hebben, want gezien het feit dat mijn statistieken bij dat soort posts omhoogschieten, behoren zij niet tot mijn 5 vaste lezers. Echt, er is maar 1 snellere manier om dit soort volk op je blog te krijgen, en dat is het organiseren van een winactie.

Het is interessant om te zien hoe je als mens in deze maatschappij blijkbaar alleen maar óf volledig gezond, óf altijd stervende kunt zijn, en indien altijd stervende alleen maar óf zielug óf inspirerend. De nerrutif is dusdanig hardnekkig dat patiënten zich er ook naar voegen: wie weleens een “ziekblog” gelezen heeft, ziet dat er toch, al is het onbewust, een bepaalde lijn gevolgd wordt. Je mag kiezen: of je bent een Beroepspatiënt en die is sneu, zielig, kan niets, is een stakker die altijd alleen maar ziek is. Of je bent een Superzieke en dus bijzonder, een held, inspiiiring. Het is het een of het ander, daar zit niets tussen. Zieke mensen zien als multifacetaire wezens is blijkbaar te complex. Een zieke wordt per definitie gereduceerd tot een volledig ontmenselijkte karikatuur.

Je zou denken dat ik als allochtoon/buitenlander/whatever het trendwoord tegenwoordig ook is, wel gewend zou zijn dat ik maar twee keuzes heb: ook daar mag je kiezen tussen “criminele mislukkeling” of “hoogopgeleid wondertje”. Weet u meteen waarom ik mezelf letterlijk bijna doodwerk om dat bachelordiploma te halen. Maar dit, zoals wel vaker, terzijde.

Terug naar de ziekblogs. Dit soort blogs trekken zonder uitzondering mensen uit de volgende groepen aan:

DISCLAIMER: mocht u niet in een van deze categorieën vallen, dan is het volgende Oud-Amsterdamse spreekwoord van toepassing: when it’s not about you, it’s not about you.

De Lotgenotencontactzoekers: Er zullen heus wel mensen zijn die steun hebben aan lotgenoten en er zullen ook heus wel lotgenotencontactsituaties zijn die wél constructief zijn. Ik heb ze echter nooit meegemaakt. Ik heb dan ook een schijthekel aan lotgenotencontact, omdat lotgenotencontact in mijn ervaring altijd verzandt in leedconcurrentie: lekker tegen elkaar opbieden wie het ergste ziek is en het grootste leed heeft. Sowieso ben ik er in de loop van mijn leven achter gekomen dat groepsgestakker-rondom-vervelende-omstandigheden voor mij in ieder geval geen gezonde basis is voor intermenselijk contact, laat staan vriendschap.

De Ramptoeristen: Mensen die zelf nergens last van hebben, maar hun kloterige persoonlijkheid en/of existens opvijzelen door mee te kwezelen in de comments: “Ach wat zielig, sterkte hoor, kanjer!”, want oh oh oh, wat zijn ze betrokken. Terwijl ze ondertussen denken: “Zo, blij dat ik jou niet ben”. Een wat mij betreft nog verwerpelijker soort mensen dat de lotgenotencontactzoekers.

De Gehandicapteninspiratiepornozoekers: de overtreffende trap van de ramptoeristen. Voor wie nu denkt: “DAFUQ is gehandicapteninspiratieporno?”, hier een TED video van de bedenkster van de term, Stella Young, waarin ze haarfijn uitlegt wat het is en waarom het toxisch is:


Mocht u niet in staat zijn deze video te bekijken, dan even een korte uitleg: het zijn die op zeer objectiverende wijze geschreven verhalen, waarin een zieke/gehandicapte iets doet: soms dingen die 99% van de “gezonde” mensen al niet kunnen (denk “Beenloze beklimt Kilimanjaro!”), maar soms ook “Rolstoelgebruiker steekt over”. In het laatste geval is het behalve objectiverend, ik gok zo dat die persoon niet “Rolstoelgebruiker” heet bijvoorbeeld, ook beledigend. De mensen die niet snappen waarom dat beledigend is, verwijs ik naar bovenstaande video van Stella Young.

In het eerste geval echter, is het behalve objectiverend, ook toxisch. Omdat het oh zo knap, oh zo stoer, oh zo inspiiiring, oh zo clickbait is, wordt het beeld van de Superzieke in stand gehouden, waardoor er een klimaat ontstaat waarin je als je ziek/gehandicapt bent “niet genoeg je best doet” als je geen haast bovenmenselijke prestaties verricht. Ik proef daar toch altijd een ondertoon van “omdat je ‘defect’ (lees: mislukt) bent, heb je iets goed te maken” in. TOXISCH.

Echt, ik begrijp dat de bloggers en waarschijnlijk ook de bezoekers die geen leedconcurrenten, ramptoeristen of inspiraaaaatiezoekers zijn, heel veel steun kunnen halen uit het schrijven of lezen van ziekblogs. Ik geloof ook echt dat het laten zien van je leven als chronisch zieke en het delen van informatie over je ziekte nut kan hebben, zowel voor jezelf als voor anderen. Ik heb er dan ook behoorlijk de fuck in dat het blijkbaar niet mogelijk is om dit te doen zonder in de nerrutif terecht te komen van Hoe Je Als Zieke Moet Zijn die in onze maatschappij bestaat.

Althans, misschien kan het wel, maar ik zie vooralsnog niet hoe: als het niet is omdat je als zieke toch beïnvloed bent door de Beroepspatiënt/Superzieke-tweedeling (hell, ik merk dat zelfs ik het deels geïnternaliseerd heb), dan is het wel omdat je publiek verwacht dat je kiest. In die zin zou ik het interessant vinden om te zien hoe Het Publiek zou reageren op een Beroepspatiënt die “plots” beter functioneert, of op een Superzieke waarmee het niet zo lekker gaat. Ik denk echter niet dat ik dit onderzoekje door de ethische commissie krijg.

Oude Taart

Deze post had op mijn verjaardag (18 december jl.) moeten verschijnen en is daarom wat outdated, maar in het kader van de nerrutif en Voor De Volledigheid post ik hem toch nog.

En jawel, ook dit jaar weer in de categorie “DAT hadden we niet verwacht!” is er een jarig, hoera hoera, dat kunt u niet zien maar ik ben het toch. VEERTIG! Ik ben forking VEERTIG! Zoals ik laatst tegen TBK zei: “Ik ben van de postnatale depressie (niet te verwarren met de postpartum depressie) via de kleuterellende door de gemiste puberteit langs de quarterlifecrisis voorbij het dertigersdilemma in de veertigersfrustratie terechtgekomen!” Waarna we 5 minuten lang NIET meer bijkwamen, want dit soort dingen vinden wij dólkomisch.

Want het roept toch een boel conflicterende gevoelens bij mij op, zo’n verjaardag. Zo werd er vanochtend in de apotheek naar mijn geboortedatum gevraagd, waarop ik als een kleuter zo blij zei dat ik jarig was. Ik werd uitgebreid gefeliciteerd door zowel de medewerkers als de andere bezoekers, en voelde me eventjes hardcore jarig en helemaal “the hiiiiils are alive!!!”, u kent dat gevoel wel. Toen ik even later met die gezinsverpakking dope (3 zakken) buiten liep, bedacht ik dat, haha, dat mijn eerste cadeautje van de dag was. Waarna ik me realiseerde dat dat eigenlijk helemaal niet grappig is.

En zo zwaait het de hele dag heen en weer: lieve mensen sturen een felicitatie, waarna ik moet denken aan alle mensen die nooit meer een felicitatie zullen sturen. Medestudenten blijven maar zeggen dat ik er “zoveel jonger uitzie”, maar ik zie mezelf zonder de plamuur en de pruik en weet dat ik hard gesleten ben sinds 2008. Het feit dat ik me de laatste tijd vrijwel chronisch 83 voel, helpt hierbij niet. Mijn huisarts blijft volhouden dat dat komt omdat ik herstellende ben, maar zoals elke keer na ziekte heb ik er een hard hoofd in dat het ooit weer goedkomt. Want wat nou als dit die keer is dat het niet goedkomt? Vooralsnog echter zit er nog schot in, dus ik blijf optimistisch.

Tot slot heb ik nog wat Nuttige Protips voor u, geconcludeerd na 40 jaar ronddabberen op deze tollende bol:

  • Vogel zo snel mogelijk uit hoe je bent en waarom, dan kun je jezelf een boel ellende besparen;
  • In dezelfde lijn en in tegenstelling tot het spreekwoord, kun je beter spijt hebben van de dingen die je niet gedaan hebt, dan van de dingen die je wel gedaan hebt;
  • En weer in het verlengde daarvan: bij twijfel, niet doen;
  • Word geen secretaresse omdat je toevallig een vrouw bent en dat blijkbaar het enige beroep is wat vrouwen op elk mogelijk moment in hun carrière aangeraden wordt;
  • Doe geen studie Engels aan de UvA. Doe überhaupt geen studie aan de UvA;
  • Zonder kat is het leven geen kat aan (RIP Clark);
  • Realiseer je dat je, ondanks dat je denkt dat je er te snugger voor bent, toch beïnvloed wordt door toxische maatschappelijke social constructs over “Hoe je moet zijn als man/vrouw/werknemer/allochtoon/zieke/etc”;
  • Realiseer je ook dat de zogenaamd progressieve hoek niet minder toxisch is met hun “it gets better/find your tribe/your friends are your chosen family”-genuil;
  • Tracy Chapman had gelijk toen ze zong “all the bridges that you burn come back one day to haunt you”;
  • En ook toen ze zong: “all that you have is your soul”.

Oh, en misschien wel de belangrijkste protip:

  • Geef niet al je geld uit voor je 25e. Je zou zomaar eens 40 kunnen worden. *kijkt naar Hele Lege Bankrekening en maakt maar weer een overzichtje van “Toko’s waar ik kan solliciteren*

Avonturen in een bejaardenflat – Kroketten (The Big Kahuna gastpost, deel 1/3)

Jawel, in het kader “Lang gemekkerd, eindelijk mijn zin gekregen!” volgt hier het eerste deel van de driedelige gastpostserie geschreven door The Big Kahuna. Zoals bekend, is zij recentelijk naar een fancy bejaardenflat seniorenappartement verhuisd, waar de avonturen haar om de oren vliegen. Zit u er klaar voor? Komtie:


“Het is zondagmiddag: strakblauwe lucht boven de kruinen van de bomen aan de overkant, klassieke muziek uit de luidsprekers. La vie est belle! Wel ruik ik vaag een brandlucht in mijn keuken via het ventilatiekanaal. En jawel, ta tuu ta tuu, een brandweerwagen scheurt rondom de rotonde rechtsbeneden met zwaailicht en sirene, komt tot stilstand voor het complex en drie gehelmde en volledig ingepakte brandweermannen lopen op de voordeur af.

In mijn verbeelding zie ik de vlammen al torenhoog uit een appartement slaan, dus ga ik poolshoogte nemen op de gang. De brandlucht ruik ik nu duidelijker. Om de hoek zie ik in de lange gang een wijkverpleegkundige met wit schort voor de deur van een appartement staan. Het gedempte geluid van een rookmelder, knipperende lichtjes, maar geen vlammenzee. De rookmelder klinkt veel zachter dan onze voordeurbel, maar heeft kennelijk een rechtstreekse verbinding met de brandweerkazerne. Een meneer met bril en ruitjesoverhemd staat rustig op de drempel.

“Is het bij u?” vraag ik. “Ja,” antwoordt de bewoner, “ik heb een kroketje aan laten branden en dan gaat het alarm meteen af. Ach ja, zo gebeurt er hier nog eens wat,” voegt hij er glimlachend aan toe. Ik vraag: “Bent u nog gewond?” “Nee hoor, niets aan de hand behalve de verbrande kroket,” zegt hij, “Ik heb de ramen al opengezet om te luchten.” Twee brandweerlieden stampen uit de lift, zetten hun helmen af, vragen naar de stand van zaken, krijgen hetzelfde antwoord als ik en gaan met de bewoner naar binnen. Ik keer gerustgesteld terug naar mijn appartement.

Maandagochtend hangt er een briefje in alle liften: alle bewoners worden uitgenodigd voor een voorlichtingsmiddag over brandpreventie door de brandweer op dinsdagmiddag in de grote benedenzaal. Koffie, thee en koekjes staan klaar.”

**

Deel 2 volgt op 17 februari!






Breaking news: tentamens gehaald, toegelaten tot master!

Jawel lieve mensen, eindelijk weer eens goed nieuws op LogPoes!

Zoals u weet, moest ik deze maand de laatste twee tentamens van mijn studie afleggen - ik had besloten dat het, ongeacht de uitslag, de laatste twee zouden zijn, want er zijn grenzen. Het eerste tentamen had ik al gehaald en van het tentamen van maandag heb ik eerder vandaag uitslag (en jeuk - red.) gekregen: ook gehaald. Er rest mij nu nog slechts De Lijdensweg die Scriptie heet en dan kan ik mijn canonisatie bachelordiploma aanvragen.

En waar ik er in het verleden wel eens (lees: continu) aan getwijfeld heb of het halen van dit bachelordiploma ooit enig nut zou hebben, blijkt het nu, nog voor het binnen is, al zijn nut te hebben bewezen: ik ben namelijk toegelaten tot de Creative Writing master (low residency) van Kingston University, begindatum september 2016... mits ik dat bachelor diploma haal. Dus nu moet ik wel.

***

Aanstaande woensdag kunt u hier op LogPoes het eerste deel lezen van een korte trilogie aan gastposts geschreven door niemand minder dan The Big Kahuna. Ik zeg: begint u maar vast met trappelen!

Beatboxend

Recentelijk zat ik weer eens bij de bushalte te wachten op, jawel, een bus. Het was zondagochtend, redelijk vroeg en de straat was leeg en muisstil. Op een gegeven moment hoorde ik uit een richting die ik niet geheel kon plaatsen, gebeatbox. En dan niet van die halfbakken beatbox, maar uitstékende beatbox. Ik keek wat om mij heen, of er misschien ergens een raam open stond of dat er een auto aankwam. Niets van dat al.

Plots hoorde ik boven mij wat geschuifel op het dak van het bushokje. Ik keek omhoog en zag een grote zwarte vogel met ferme tred over het randje van het dak lopen. Beatboxend. Ik herhaal: BEATBOXEND.

Aangezien ik super egocentrisch ben en altijd alles op mezelf betrek, dacht ik zo’n 1 ½ seconde lang dat ik auditieve hallucinaties had. De vogel beatboxte echter rustig verder. Ik grabbelde in mijn tas om mijn smartphone te pakken, maar het was te laat: de vogel had net zijn laatste beats geboxt. Mild teleurgesteld bleef ik met mijn foon in mijn hand zitten, hopende dat hij zijn optreden zou vervolgen en ja! Hij deed zijn snavel open en… maakte een voor mij welbekend geluid. 

OMFG!  HET WAS K*TVOGEL!!!

In TO-TA-LE verbijstering staarde ik de vogel aan en jawel, hij maakte nog een keer hetzelfde geluid.

Het. Was. K*tvogel. The one and only. Want behalve dat hij Het Geluid maakte, had ik recentelijk ontdekt dat kraaien een jaar of 20 kunnen worden en zag deze vogel er redelijk bejaard uit zo van dichtbij. Na al die jaren stond ik nu eindelijk oog in kraaloog met het type dat ik vele nachten eh, niet zo vriendelijke dingen toegewenst had.

Nu ik hem close up zag, realiseerde ik me dat hij eigenlijk best wel een leutig hoofd heeft. Goeie snavel ook. Plots vond ik dat kutgeluid dat hij maakte niet eens zo irritant. Het was juist wel origineel. En sowieso, van een vogel die zo fantastisch kan beatboxen neem ik een stom geluid wel op de koop toe. U ziet dat ook mijn hersens zich netjes aan de principes “bekend maakt bemind” en “talent vergoelijkt veel” houden: ik zag K*t, eh, Vogel plots met heel andere ogen.

Terwijl dit alles door mijn hoofd ging, probeerde ik op de tast mijn telefoon op de camerastand te zetten. Net voordat dat lukte, vloog Vogel weg. Gelukkig ben ik omhooggepleurd en heb ik een 16 megapixel camera met turbozoom op mijn toestel, en wist ik deze foto van hem te schieten:

Voor op zijn albumcover.